Het is een grote frustratie van veel stellen die ik spreek: steeds opnieuw in ruzies belanden, hoe hard ze ook proberen om uit conflict te blijven.
En frustrerend genoeg leidt het vermijden van conflict vaak juist tot grotere problemen. Onderwerpen worden vermeden en ook op het gebied van intimiteit kan er een kloof ontstaan.
Zo zonde. Want juist ruzies kunnen een mooie ingang zijn om meer inzicht te krijgen in jullie relatie. Om te ontdekken waar jullie elkaar nog beter kunnen vinden. En om samen te groeien.
Misschien hebben jullie ook het gevoel dat jullie steeds dezelfde ruzie hebben, of dat kleine dingen inmiddels kunnen uitgroeien tot een groot conflict dat zich eigenlijk niet meer verhoudt tot waar het in eerste instantie over ging.
Vaak gaat een terugkerende ruzie uiteindelijk niet alleen over het onderwerp waarover jullie ruzie maken. Onder de oppervlakte zit dan een patroon dat aandacht vraagt.
In dit stuk neem ik je mee op onderzoek. Ik stel je vragen en geef je tips om samen net een laag dieper te komen.
Heb je naar aanleiding van dit stuk nog vragen? Schroom dan niet om contact met me op te nemen.
De ruzie
Fey en Babette maken vaak ruzie over het huishouden. Fey draait deksels niet goed vast, Babette dweilt niet goed in de hoekjes en Fey zucht volgens Babette te snel en te geïrriteerd als ze een opmerking maakt over hun financieën.
Op het eerste gezicht lijken dit verschillende problemen. Maar misschien gebeurt er onder al die discussies steeds iets vergelijkbaars.
Babette merkt bijvoorbeeld dat ze denkt:
“Zie je wel, het maakt haar allemaal niets uit.”
En Fey denkt:
“Zie je wel, ik doe het ook nooit goed.”
Vanaf dat moment gaat het gesprek niet alleen meer over de vaatwasser of de opvoeding. Ondertussen wordt er iets geraakt wat veel belangrijker voelt.
In mijn relatietherapie in Arnhem onderzoek ik samen met stellen wat er op zo’n moment tussen hen gebeurt. Niet om te bepalen wie er gelijk heeft, maar om het patroon en de achterliggende behoeften zichtbaar te maken.
De deur
Ik zie ruzie graag als een deur.
Aan de voorkant van de deur staat het onderwerp waar de ruzie over lijkt te gaan: de afwas, geld, de kinderen, een telefoon die niet wordt weggelegd, te laat komen.
Maar achter die deur zit vaak iets anders.
Misschien wil je je gehoord voelen. Misschien ben je bang dat je niet belangrijk bent. Misschien verlang je naar steun, aandacht of bevestiging. Of misschien voel je je juist zo onder druk gezet dat je behoefte hebt aan ruimte en rust.
Het lastige is dat we onze kwetsbare behoefte niet altijd rechtstreeks laten zien. We beschermen onszelf. We worden boos, gaan harder praten, trekken ons terug, gaan controleren of maken verwijten.
En juist die reacties kunnen de ander weer raken.
Zo ontstaat een patroon:
Ik voel me niet gehoord → ik ga harder praten → jij voelt je aangevallen → jij trekt je terug → ik voel me nog minder gehoord → ik ga nog harder praten.
De ruzie lijkt dan over de vaatwasser te gaan, maar ondertussen zijn jullie vooral met elkaar aan het vechten om gezien, gehoord of begrepen te worden.
Het goede nieuws is dat je het patroon kunt leren herkennen.
En je hoeft daarvoor niet eerst te leren om nooit meer ruzie te maken.
Achter de deur: de oefening
Ik wil jullie als relatietherapeut graag helpen om te komen bij de boodschap die achter jullie ruzies ligt.
Niet zodat jullie nooit meer ruzie maken — dat zou een vreemd doel zijn. Ik denk juist dat ruzie heel gezond kan zijn. Ik ben vooral een groot voorstander van het uitspreken van behoeften en het werkelijk zien van je partner.
In deze oefening begeleid ik je om een kijkje achter de deur te nemen.
1. Kies je ruzie
Kies een ruzie waarvan je achteraf dacht:
“Hoe zijn we hier nou weer in terechtgekomen?”
Kies bij voorkeur een ruzie waarbij je je sterk getriggerd voelde, terwijl het onderwerp op zichzelf eigenlijk niet zo groot was. Een ruzie die, als je er nu op terugkijkt, behoorlijk uit verhouding lijkt.
Beantwoord de volgende vragen eerst ieder voor jezelf.
2. De camera
Stel je voor dat jullie ruzie gefilmd was door een beveiligingscamera.
Wat was er dan te zien en te horen?
Beschrijf de ruzie zo feitelijk mogelijk.
Wat zei of deed jij?
Wat zei of deed je partner?
Probeer nog geen verklaringen of interpretaties te geven. Alleen wat de camera daadwerkelijk had kunnen zien en horen.
3. Het kantelpunt
Op welk moment dacht je:
“Oh nee, daar gaan we weer.”
Wat deed of zei je partner op dat moment?
Wat maakte dat je voelde dat de vlam in de pan sloeg?
4. Wat gebeurde er op dat moment in jou?
Wat voelde je?
Bijvoorbeeld:
- boos
- verdrietig
- bang
- afgewezen
- alleen
- machteloos
- onzeker
- onder druk
En: welke gedachte of overtuiging kwam op dat moment in je op?
Bijvoorbeeld:
“Zie je wel, ik doe het nooit goed.”
“Zie je wel, ik ben niet belangrijk.”
“Zie je wel, je luistert weer niet.”
“Zie je wel, je trekt je weer terug.”
5. Wat deed jij vervolgens?
Wat was jouw automatische reactie waar je in werd meegezogen?
Ging je harder praten?
Werd je boos?
Trok je je terug?
Probeerde je de ander te overtuigen?
Ging je juist extra je best doen?
Probeer vooral nieuwsgierig te kijken naar wat jouw automatische respons was toen je geraakt wordt.
6. Jouw stille hoop
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag.
Als je heel eerlijk bent:
Wat hoopte je dat je partner zou doen toen de ruzie opliep?
Denk hierbij niet aan wat je partner volgens jou fout deed. Kijk juist naar wat je eigenlijk nodig had.
Bijvoorbeeld:
“Ik wilde dat je me liet merken dat ik belangrijk voor je ben.”
“Ik wilde dat je me geruststelde.”
“Ik wilde dat je even naar me luisterde.”
“Ik wilde dat je me wat ruimte gaf.”
“Ik wilde voelen dat we dit samen konden oplossen.”
Nu proberen we de vertaalslag te maken van je automatische reactie naar wat er werkelijk bij jou speelt.
7. Achter de deur
Dit is de lastigste stap en ook hier zeg ik weer: als je hulp nodig hebt, ben ik hier.
In deze stap vertalen we het kantelpunt dat je in stap 3 voelde naar wat er werkelijk bij jou gebeurde.
In plaats van:
“Zie nou wel, je luistert ook nooit naar mij.”
kun je bijvoorbeeld zeggen:
“Als je wegkijkt terwijl ik vertel wat er aan de hand is, voel ik me niet belangrijk. Dan merk ik dat ik harder ga praten. Eigenlijk wil ik gewoon graag voelen dat je naar me luistert.”
Of:
“Als je steeds vraagt waarom ik zo doe, voel ik me onder druk gezet. Dan trek ik me terug. Eigenlijk heb ik even ruimte nodig, maar ik wil het gesprek daarna wel graag afmaken.”
Of:
“Als je ’s avonds steeds op je telefoon zit en boos reageert als ik je vraag om ’m weg te leggen, voel ik me niet belangrijk. Eigenlijk wil ik graag dat we tijd investeren om echt even samen te zijn.”
Je hoeft de ander niet te overtuigen van jouw gelijk. En dit is ook geen ultimatum.
Je probeert zichtbaar te maken wat er bij jou gebeurt, zonder de ander daarmee iets op te leggen.
Het doel is niet overtuigen of winnen.
Het doel is contact maken.
Bonusstap: de stopknop
Als je deze stappen eenmaal hebt doorlopen en je tijdens een volgende ruzie weer merkt dat het begint te borrelen, probeer dan op de stopknop te drukken.
Zeg bijvoorbeeld:
“Volgens mij zitten we weer in ons patroon. Mag ik even zeggen wat er bij mij gebeurt?”
Van daaruit ontstaat er ruimte voor een ander gesprek.
Want van mij hoef je niet te leren om nooit meer ruzie te maken. Ruzie kan ook een ingang zijn naar meer begrip.
Het gaat erom dat je leert herkennen wat er onder jullie ruzie gebeurt — en elkaar daar vervolgens weer kunt vinden.
De volgende keer dat je denkt: “Oh nee, daar gaan we weer”, probeer dan niet alleen te luisteren naar waar jullie feitelijk ruzie over maken, maar ook naar wat daar onder om aandacht vraagt. Mogelijk zit daar een mooie ingang naar elkaar.
Geef een reactie